Short1

In de dagelijkse sleur kan je veel vergeten. Te genieten van het eerste slokje koffie; net nog iets te heet. De regen die geruststellende ritmes tikt tegen het raam, de heerlijke geuren die de wereld verspreid nadat de desbetreffende regen gestopt is. Ja, je kunt veel vergeten. Terwijl de dampende stoom de glazen van haar bril besloeg, leek het plaatje te sereen voor woorden. Het toppunt van ontspanning. Haar handen had ze om de mok gevouwen, haar blank-gelakte, amandelvormige nagels verzorgd. Sierlijk gedrapeerd rondom de kokendhete massa. Zittend op het kozijn wat functioneerde als bank. Haar benen iets opgekruld zodat ze, bijna zoals in een reclame, bedachtzaam uit het raam keek. De klok tikte rustig op de achtergrond, als een metronoom. Rustig nam ze nog een grote slok, de koffie ondertussen een drinkbare temperatuur, bitter en zwart als teer; zoals ze het het liefste heeft. Tijd leek stil te staan wanneer zij naar buiten keek. Het uitzicht was dan ook zo mooi dat je wenste dat de tijd het niet kon aantasten. Velden groen zover als het oog kon zien met grassprietjes zwaar door het gewicht van de traanvormige druppels dauw. De opkomende zon als sierlijk achtergronddecor die de druppels deed omtoveren tot kleine pareltjes. De mist nog net dik genoeg om het geheel te transformeren tot een melancholisch geheel. Maar niet triest, nee zeker niet triest. Het was goed melancholisch.  Een vertaald verlangen, naar de geborgenheid van vroeger. Geruststellend als het kopje warme Chocomel wat je kreeg als je, blauw en bibberend van de kou, door mama aan de keukentafel geschoven werd, of als de Bounty die opa stiekem aan je gaf als oma wegkeek. Verlangend naar vroegere tijden. Toen was het makkelijker. Toen maakte het niet uit wanneer je iets vergat; het was immers niet jou taak om te onthouden. Je ademde, je at, je sliep. Het was een routinebestaan. Het was heerlijk. Toen de dagelijkse sleur nog dagelijks leven was.